Blog

Verpakkingsmateriaal zijt gij

Deze maand schreef ik een column voor het Nederlands Dagblad over de ontwikkeling van het kinderbrein. De eindredacteur zei: “Ik ben blij dat je met iets anders komt, want de krant staat vol met corona”.

Het is tekenend hoe deze pandemie van ongekende proporties onze wereld beheerst. We worden radicaal geconfronteerd met onze kwetsbaarheid.

 Kelly Keasberry

Hoe sterk de menselijke geest ook kan zijn, het lichaam is een kwetsbaar vat. Het kan ziek worden of een bron van besmetting zijn. Toch zijn we ervan afhankelijk. Als we onze hersenen niet optimaal functioneren, krijgen we denk- en leerproblemen. Als onze spieren het begeven, raken we verlamd. De schrijver Nico Matsier maakte in zijn roman Gesloten Huis (1995) zelfs een eigentijdse begrafenisformule van Genesis 3, 19: “Verpakkingsmateriaal zijt gij, en tot verpakkingsmateriaal zult gij wederkeren”.

I am the greatest

Het is niet zo’n fijn idee verpakkingsmateriaal te zijn. Liever zijn we van onszelf machtig en onoverwinnelijk. “I am the greatest”, luidde de lijfspreuk van de Britse boxer Muhammed Ali. Van de 61 profpartijen die hij speelde, won hij er 56. Maar zelfs Muhammed Ali bleek niet onsterfelijk. In juni 2016 werd hij in het ziekenhuis opgenomen met ademhalingsproblemen. Een dag later stierf hij op 74-jarige leeftijd aan Parkinson.

Hoe zit het met ons? Doen wij ook ons best om the greatest te zijn? We sporten, slikken multivitamines, werken hard om hoge cijfers te halen of carrière te maken, of misschien doen we net het omgekeerde: we praten onszelf de put in omdat we er niet voortdurend in slagen the greatest te zijn. Het memento mori, gedenk te sterven, is vandaag niet meer zo populair. Het contrasteert met een consumptiecultuur waarin alles binnen enkele muisklikken bereikbaar is. Tekenend is de nieuwste reclameslogan van Carrefour: “We hebben allemaal recht op het beste”.

American Dream

Dat is ook de kern van de American Dream: het beste is voor iedereen bereikbaar. Zolang je maar hard genoeg je best doet. Als je er niet in slaagt in die dikke bolide te rijden, dan is dat je eigen schuld. Lange tijd hadden we de wereld perfect onder controle. Dachten we. Maar toen kwamen de klimaat- en de coronacrisis, en kreeg ons blinde vooruitgangsgeloof een stevige opdoffer. Want hé, hadden we de duistere Middeleeuwen niet achter ons gelaten, waren we sinds de Verlichting niet langzaam heer en meester geworden over onze wereld; hadden we krachten en machten niet onderworpen, overzeese natiën veroverd en dijken gebouwd tegen het water? Hadden we geen wetenschap bedreven, geen medicijnen ontwikkeld, geen voet gezet op de maan? Waren we niet al bijna gelijk aan God geworden?

Onttroning van de mens

Het coronavirus is een radicale onttroning van de mens. Logisch dat dat verzet oproept. Scrollend door de website van de actiegroep Viruswaanzin ging er een wereld voor me open. Het hele coronatheater is volgens de aanhangers in scène gezet. Het virus bestaat niet, of is hooguit een griepje. Dat verklaart ook waarom er in met name Nederland hevige demonstraties losbreken tegen de coronamaatregelen. Deze mensen vrezen niet het coronavirus, maar het verlies van hun democratische vrijheden.

Eén ding moet ik toegeven. Het verhaal van de virussceptici zo consistent in elkaar, dat het bijna aannemelijk wordt. Maar er zit een addertje onder het gras. Het is doordrongen van menselijke  grootsheid. De machtige pionnen op het wereldtoneel hebben de totale controle. Zij zijn het, die de lijnen van de wereldgeschiedenis uittekenen en de volledige wereldbevolking in een ijzeren greep meevoeren richting endgame. In de wereld van de complotdenkers zit de mens op de troon, zelfs tot het bittere eind.

Maar misschien is dat nu juist wel de kracht van dat verhaal. Geloven we niet allemaal graag in een wereld die perfect door mensen kan worden beheerst? Wat is er zo prettig aan een Marc Van Ranst die het af en toe ook niet meer weet? Of aan een Donald Trump en Boris Johnson die, hun grote woorden ten spijt, zelf worden geveld door een klein virus?

Onmachtservaring

Wij mensen worden niet graag onttroond. Het is volstrekt logisch dat de confrontatie met een macht die ons overweldigt, weerstand oproept. Ook Jezus en Kores worden in de Bijbel geconfronteerd met de menselijke kwetsbaarheid. Jezus krijgt een verlamde man onder ogen (Marc.2, 1-12). Verlamming, dat is wel de ultieme manier waarop het lichaam de geest kan saboteren. En Kores, beter bekend als Cyrus II de Grote (Jes. 45) mag het kleine oud-Perzische Rijk gaan uitbouwen tot een wereldrijk dat reikt van India tot aan het Oude Egypte. Geen kleinigheid.

Die onmachtservaring wordt nogal eens versterkt door ons eigen denken, of door dat van anderen. “O, dus jij zegt dat je de macht hebt om te vergeven? Dat is pure godslastering!”, “Waar zou die lamme zijn kwaal aan te danken hebben?”, of: “Help, dat gaat me nooit lukken!” Dat denken, niet in mogelijkheden maar in beperkingen, weerhoudt nogal wat mensen ervan om uit te groeien tot wat ze zo graag willen zijn. The greatest.

De mens aan zet

Maar de grote vraag voor vandaag is: moeten we daar eigenlijk wel naar streven? Naar the greatest zijn? Of in ieder geval naar de grootste versie van onszelf? Als stichter van het Perzische rijk zou je Kores in het rijtje van wereldheersers kunnen scharen. Maar toen hij werd aangesteld, had hij geen idee van zijn toekomst. Dat Kores uiteindelijk als meer dan overwinnaar de geschiedenisboeken inging, was omdat hij bereid was zijn kwetsbaarheid te aanvaarden en zijn vertrouwen te stellen in iets groters dan hijzelf.

Hetzelfde geldt voor de genezing van de verlamde man. Die vond pas plaats toen zijn lot letterlijk in handen lag van de mensen die hem droegen. Toen alleen God hem nog kon verlossen. Genade staat in contrast met  het populaire idee van de mens die aan zet is. Die recht heeft op het beste. Die slaagt zolang hij zijn best maar doet. Die niet gedragen hoeft te worden, maar anderen voorbij rent. Die prima zichzelf kan verlossen.

Groter dan het coronavirus

Zou het kunnen dat we in het Westen niet zozeer lijden aan viruswaanzin, maar aan grootheidswaanzin? Tot verpakkingsmateriaal zijt gij, en tot verpakkingsmateriaal zult gij wederkeren. Dat is de ongemakkelijke waarheid waar we vandaag mee in het gezicht worden geslagen. Maar dat is maar de helft van het verhaal.

De andere helft is het verlossende verhaal van de hoop. God heeft u en mij niet minder lief dan Kores, wist u dat? Ook u en mij neemt Hij bij de hand, Hij beschermt ons, opent deuren voor ons, gaat voor ons uit en baant de weg. Kan een virus ons scheiden van Zijn eeuwige liefde?

Welk verhaal we vandaag ook leven, God heeft altijd een beter verhaal van ons. Het verhaal van de dood die niet het laatste woord heeft, van een liefde en genade die het aardse overstijgen. Van een trouw die eeuwig duurt. Van Zijn overweldigende kracht, die zich juist in onze zwakte openbaart. Een verhaal dat eigenlijk te mooi is om waar te zijn, maar waarin Hij ons toch uitnodigt om te leven en te wandelen. Onze God is groter dan het coronavirus. En wij? Wij mogen erop vertrouwen dat we meer dan overwinnaars zijn, in Hem die ons heeft liefgehad.

Deze tekst is gebaseerd op de preek van zondag 15 oktober in de Protestantse Kerk van Hasselt.

Kelly Keasberry is journalist bij het christelijk weekblad Tertio, getrouwd met Joost en moeder van vier zonen