Tijdens de burgeroorlog in Angola werd geprobeerd het Umbundu uit te bannen. Maar anno 2018 is de taal nog steeds springlevend. Voor de sprekers van het Umbundu werkt het bijbelgenootschap aan een nieuwe vertaling van de Bijbel in hun moedertaal. Steunt u dit vertaalproject met een gift?

‘Als kinderen op school Umbundu spraken, kregen ze een pak slaag. De leraren noemden het een hondentaal.’ Amos Artur, zelf een gepensioneerde leraar, vertelt hoe het Umbundu werd uitgebannen in Angola. Iedereen moest Portugees spreken, de taal van de voormalig kolonisator. Thuis bleven de mensen wel de taal van hun hart spreken.

Zo’n zes miljoen Angolezen in het westen van het land spreken Umbundu – de meesten van hen zijn christen. Vaak spreken ze slecht Portugees. Daarom willen ze de Bijbel graag lezen in hun moedertaal. Hun bestaande bijbel is niet meer bruikbaar. Van deze vertaling zijn de taal en spelling te veel verouderd.

Steun het vertaalwerk

Daarom werkt een lokaal vertaalteam hard aan een nieuwe vertaling. Het Nieuwe Testament is vorig jaar november feestelijk gepresenteerd. Mensen waren verheugd de Bijbel in hun eigen taal te horen voorlezen. Ook in de maanden erna waren de Nieuwe Testamenten niet aan te slepen!

Maar de bijbelvertaling is nog niet af. Ook het Oude Testament moet opnieuw vertaald worden. De christenen in Angola zijn te arm om deze vertaling zelf te bekostigen. Met uw steun kan het VBG ervoor zorgen dat de Umbundu-sprekers hun verouderde bijbel kunnen vervangen door eentje die ze wél kunnen lezen en begrijpen. Helpt u mee?

Steun project