Blog

‘Meneertje goedemorgen’

Medewerker van het Vlaams Bijbelgenootschap Dries de Bakker sprak in 2013 over Allerheiligen op de radio in het programma Braambos.

Geluidsfragment Causerie Braambos Allerheiligen 2013 onder de tekst

Kwart voor acht. Fluovestjes, helmen, achterlicht. En hop de baan op. Een grote fiets en een kleine fiets, ten prooi aan de dagelijkse ochtendspits. In het echt rijmt het al heel wat minder. Wie met z’n dochter van vijf naar de andere kant van het dorp fietst omdat hij daar het perfecte schooltje voor zijn kind heeft gevonden, kent dat wel. Je wordt voortdurend bestookt en bedreigd door metalen monsters met gierende banden of dode hoeken en totaal onaangepaste paden en obstakels, die de naam van zwakke weggebruikers alle eer aan doen. Hoeveel beschermheiligen hielden hun hand niet boven onze heldhaftige zieltjes de voorbije week?

Zeker nu de herfst op ons is neergedaald en het ochtendlicht worstelt met het donker van een nakende winter. Dan, ja dan heb je behoefte aan een baken, een gids, een licht op je pad.

Neem nu die vriendelijke meneer die me elke ochtend aan de oversteekplaats staat op te wachten en ons net voor we in de remmen gaan, vlot naar de overkant van de steenweg loodst met zijn glimlach en zijn spiegelei. Ik noem hem ‘meneertje goedemorgen’ of ook wel eens ‘vrolijke frans’ naar het blijmoedig voorbeeld van de heilige Franciscus, die zich het lot aantrok van de armen en zwaksten, in dit geval de zwakke weggebruikers.

Zie je zo’n snorremans in fluopak al op een noveenkaars prijken. Met daaronder ‘meneertje goedemorgen’, patroonheilige der overzetters. Het is zelfs niet eens zo’n slecht beeld: heiligen zijn mensen die het aardse verbinden met de overkant, het hemelse.

Die onverzettelijke overzetters toch…

Zij leren ons in weer en wind zien met Gods ogen, stikken niet in hun eigen iksel, maar veranderen het accent van het Ik naar de ander. Zij laten zichzelf los om anderen in het licht te zetten. En of ze nu als martelaar of dwarsligger hun leven hebben gegeven of als vrolijke Frans een loflied zongen op de schepping,… Welk gezicht van God ze ook mogen hebben, ze leven midden onder ons en maken de hemel waar hier en nu en zelfs op de Oostmalsesteenweg.

Als we op 1 november tot al die heiligen bidden, dan doen we beroep op die duizenden heiligen die elkaar op de kalender verdringen om ons te beschermen voor het komende jaar. Dat is absoluut een mooie gedachte waarin we ons geborgen mogen voelen. Maar dat is het uiteraard niet alleen. We eren zovele vrouwen en meneren omwille van hun voorbeeldig leven als lichtbaken in de schemering van ons bestaan.

Want gelukkig zijn zij, die in woord of daad de regenboog van het verbond weer kleur geven.

En wie zijn wij, naar zijn beeld geschapen? Heilig? Uit één stuk, licht voor de wereld?

Konden wij met die blik, met Gods ogen, kijken naar onszelf en naar anderen, we zouden een mens zien die door God graag gezien is.

Heilig worden gebeurt ergens diep in ons hart of aan de rand van onze smaakpapillen, waar hemel en aarde elkaar raken. Zoiets als van je sokken worden geblazen, recht de hemel in, voor zover ik me dat kan voorstellen…

In één van Oosterhuis psalmvertalingen raakt hij deze kern aan vind ik:

“Ik zou één woord willen spreken, dat waar en van mij is, dat draagt wie ik ben, dat het houdt, ik zou één woord willen spreken dat rechtopstaat als mens, die mij aankijkt en zegt, ik ben jouw zuiverste zelf, vrees niet , versta mij, ik ben, ik ben.” … en hop, knal, ik vlieg uit mijn sokken…

O ja, er moet wel bewezen worden dat je wonderen verricht hebt, natuurlijk. In het licht van een onderzoekscommissie is iemand de straat overhelpen uiteraard geen wonder. Ik ben er niet terstond van genezen. Ik merkte trouwens ook geen stigmata op bij meneertje goedemorgen. En toch is hij voor mij heilig.

Hij hoeft niet op een kaars of koffiemok en ook niet onder een stolp op mijn dressoir. Maar ik waardeer hem boven vele anderen en wil hem daarom gerust deze weerspreuk toedichten:

‘Al staat meneertje goedemorgen in ‘t zuurste weer,

Dien ochtend gaat min hartjen zonnig te keer’

Of:

‘Is velorijden nat en koel

Meneertje goedemorgen blaast één zacht gevoel.’

Of:

‘Loopt de regen van je haren

Deze vrolijke Frans laat je zonnig overvaren’

Of nog ééntje om het af te leren:

‘Dwaal ik blind door d’ochtendmist

Meneertje heeft mijn dag van begin tot eind weer opgefrist’

Hij zoekt geen plaats in het licht, maar gaat voor mij anoniem in het donker staan.

Lieve mensen, mag ik u in deze dagen verzoeken om samen met mij te oefenen om het heilige in mensen te herkennen, in de levende en de doden. Laat ons al slenterend tussen potten chrysanten, de gouden bloemen van zon en kwetsbaar geluk, de verbondenheid tussen hemel en aarde voelen en voeden.

Weet je,

een heilige is iemand waarvan mensen de indruk hebben dat wanneer hij aanwezig is ook God aanwezig is. En dat kan natuurlijk iedereen overkomen; u, ik en zelfs meneertje goedemorgen.

Geluidsfragment Causerie Braambos Allerheiligen 2013