Blog

Meer dan overwinnaars

De kans dat u deze zondag bent begonnen met koffie en het nieuws, is vrij groot. In dat geval bent u opgestaan met corona-updates.

Dat nieuwe virus, overgewaaid uit China en Italië, beïnvloedt onze samenleving op een ongekende manier. Het doorkruist onze 40 dagentijd en confronteert ons des te meer met onze eigen kwetsbaarheid als mens.

Kelly Keasberry

Jarenlang dachten we het allemaal zo goed voor elkaar te hebben. Vaccins voor ziekten, een goedlopende 24-uurseconomie, sociale verzekeringen en pensioenen. Maar dat alles is relatief, zo blijkt nu. Het coronavirus schudt ons wreed wakker uit de maakbaarheidsdroom. “Corona is hier”, schreeuwde de Nederlandse krant De Telegraaf. Mét foto’s van ambulances, spoedeisende diensten en brancards.

Apocalyps

Het zorgvuldig opgebouwde kaartenhuis stort in, en plots blijkt de wereld onbeheersbaar. Dat besef brengt psychologische overlevingsmechanismen op gang. Complottheorieën en doemdenken, wc-papier hamsteren in de supermarkt. Begrijpelijke maar ook bedrieglijke reacties, want als je je laat meesleuren in die emoties kom je al snel in een neerwaartse spiraal terecht. Dan voed je je ziel van vroeg tot laat met doemscenario’s in plaats van met het goede en schone. Elke deurknop wordt een potentiële besmettingshaard, elke medemens een mogelijke corona-lijder. Voor wie in de greep van de angst komt, ontvouwt de apocalyps zich elke seconde een stukje meer.

Lofzang

De tekst in het oecumenisch leesrooster van vandaag is Psalm 95, een psalm met een merkwaardige structuur. Waar de meeste psalmen zich bewegen van smeekbede naar gebedsverhoring en dankzegging, is het hier eerder omgekeerd. We worden direct getrakteerd op een lofzang:

“Kom, laten we zingen voor de Heer! Laten we juichen voor Hem, want Hij beschermt ons en hij redt ons. Laten we hem danken in Zijn tempel, en vrolijk voor Hem zingen.”

Wat valt er hier te jubelen? Goede vraag, zeker als je weet dat de tekst wordt toegeschreven aan David, een eenvoudige herdersjongen die moest vechten met een machtige reus. En was ook hij het niet die moest vluchten voor zijn leven toen de jaloerse koning Saul vastbesloten was hem te vermoorden?

Toch sluit diezelfde David hier zijn luiken naar de buitenwereld en begint hij met een loflied. Dat is heel tekenend. Een van de belangrijkste thema’s in Davids werken is dat zijn kompas altijd in de juiste richting wijst. Zijn vertrouwen is groter dan zijn vrees. En dat vertrouwen is geen gevoel, maar een keuze. Hij nodigt ons uit diezelfde keuze te maken:

“Laten we knielen voor de Heer, laten we diep voor Hem buigen, want Hij heeft ons gemaakt, Hij is onze God, en wij zijn Zijn volk. Hij is onze herder, wij zijn de schapen die Hij leidt.”

Knielen en buigen

Waarom zou je dat doen: knielen en buigen? Heeft God iets van ons nodig? Wil Hij zo graag de meerdere zijn? Nee, het gaat veeleer om de diepere betekenis. Knielen en buigen is een symbolische daad waarmee je jezelf letterlijk een kopje kleiner maakt. Waarmee je zegt: niet mijn eigen gevoelens en gedachten. Niet mijn zorgen. Niet mijn wereld. Het gaat primair om de God die mij gemaakt heeft. De Eeuwige die al onze noden en zorgen kent. Buigen helpt ons niet alleen om te vertrouwen, maar ook om te relativeren.

Als 9-jarig meisje zat ik voor het eerst in een vliegtuig. Beneden mij ontwaarde ik een lappendeken met piepkleine huisjes. In die huisjes woonden piepkleine mensen, allemaal met hun zorgen, liefdes en passies, die soms wel het einde van de wereld lijken. Maar vanuit hemels perspectief gezien is het leven een ademtocht, en zijn al onze zorgen een zucht in de geschiedenis. Toen ik daar later aan terugdacht, schoot een tekst in Psalm 8 me te binnen: “Wat is de sterveling dat u aan hem denkt, het mensenkind dat u naar hem omziet?”

Gelaagdheid van de mens

Juist de gelaagdheid van Psalm 95 is zo tekenend voor de mens. Als mensen worden we voortdurend heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees. We wandelen, vallen, struikelen en staan weer op. Wie van ons wordt graag op de proef gesteld? Het volk Israël begon te mopperen in de woestijn toen het zich voortsleepte onder de brandende zon terwijl hun tong verdroogde van de dorst. Hebben we niet allemaal veel liever een leven dat zich voortslingert van gebed naar verhoring en lofprijzing? Maar onze God is te groot om zich in standaardprotocollen te laten vangen.

Stipjes in een overweldigend universum zijn we, en David wéét het. Juist daarom roept hij ons op tot knielen. Rabbi Nachman van Bratislava zag de notie van qatnut als cruciale sleutel om tot God te naderen. Hoe meer wij onze eigen kleinheid beseffen, hoe groter Hij in ons kan worden. Kleinheid is geen synoniem voor machteloosheid. Integendeel! Wij allen, u en ik, zijn geroepen het verschil te maken. Licht te zijn in de duisternis, hoop in een wereld die breekt.

Meer dan overwinnaars

Psalm 95 daagt ons uit dapper als David te zijn. Heeft u de filmpjes gezien van de Italianen in quarantaine, die in talloze steden vanaf hun balkons uit volle borst zingen? Ze creëren samen een overweldigende dosis synergie. Romeinen 8, 37 zegt: “Wij zijn meer dan overwinnaars door Hem, die ons heeft liefgehad”. Elke dag die met een loflied begint, wordt er één van hoop.

Ik wens u in de komende tijd veel zegen toe, gezondheid en bemoediging. Kerken sluiten, maar de hemel blijft 24 uur per dag geopend.

Gebaseerd op de preek voor VPKB Hasselt, 15 maart ’20.

Kelly Keasberry is journalist bij het christelijk weekblad Tertio, getrouwd met Joost en moeder van vier zonen