Blog

Liefde

Men zou kunnen spreken van een wezensdefinitie, in de zin van één diepe waarheid die de kern van zijn wezen betreft: God is liefde...

Niemand heeft God ooit gezien. Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden. En we hebben zelf gezien waarvan we nu getuigen: dat de Vader zijn Zoon gezonden heeft als redder van de wereld. Als iemand belijdt dat Jezus de Zoon van God is, blijft God in hem en blijft hij in God. Wij hebben Gods liefde, die in ons is, leren kennen en vertrouwen daarop. God is liefde. Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem.

1 Johannes 4,12-16 (NBV 2004)

Bénédicte Lemmelijn

Als er één ding zeker is, in welke religie dan ook, dan is het dat niemand God ooit gezien heeft. Niemand weet precies hoe God er uit ziet; niemand kent de ultieme formule die zijn bestaan omschrijft; geen enkel dogma kan hem ‘vatten’ noch ‘be-vatten’; geen enkele tekst kan hem geheel ‘be-grijpen’. En toch is er één iets dat absoluut overeind blijft… Men zou kunnen spreken van een wezensdefinitie, in de zin van één diepe waarheid die de kern van zijn wezen betreft: God is liefde…

De eerste brief van Johannes stelt het in evenveel en in precies dezelfde woorden. ‘Niemand heeft God ooit gezien’, stelt hij onomwonden. ‘Maar als we elkaar liefhebben, blijft God in ons en is zijn liefde in ons ten volle werkelijkheid geworden’. Dat is, zo stelt hij, wat we geleerd hebben door ‘het delen in zijn Geest’ en wat we gezien hebben in de zending van Jezus, die beleden wordt als ‘Zijn zoon en onze redder’. Het gaat hier niet toevallig om twee aspecten die wellicht de kern van christelijk geloven uitmaken: de Geest die gezonden wordt en ons deelachtig maakt aan Gods eigen diepste werkelijkheid enerzijds en Jezus die, mens geworden, God levensecht onder de mensen brengt anderzijds.

Op die wijze, gaat Johannes verder, hebben we ‘Gods liefde, die in ons is, leren kennen’. We mogen ‘erop vertrouwen’, voegt hij eraan toe. En hij beklemtoont het nog een keer kernachtiger, in drie woorden die één van de eenvoudigste en tegelijk diepste (zoals dat met eenvoud is) omschrijvingen vormen die het Nieuwe Testament ons aanreikt over God: ‘God is Liefde’. ‘Wie in de liefde blijft, blijft in God, en God blijft in hem’. Johannes redeneert heel logisch. Als God liefde is, geldt ook omgekeerd dat waar mensen Liefde werkelijk maken, God aanwezig komt. Kortom, wie liefdevol leeft, leeft in God, want God – die liefde is – leeft in hem.

‘Zoals op een kunstenaarspalet, is er ook in het leven één kleur die aan alles betekenis en diepte verleent. Het is de kleur van de liefde.’ Dit zijn woorden van Marc Chagall, een welbekende joodse kunstenaar. Opnieuw de liefde… En neen, niet die van de dwarrelende en met de wind weg waaiende flinterdunne rode hartjes die binnenkort weer met Valentijn onze straten en pleinen kleuren. Niet alleen die van de romantische fluwelen kussentjes en kanten biesjes. Begrijp me niet verkeerd: ik houd geen pleidooi voor het afschaffen van romantiek, integendeel. De liefde die het leven kleurt, komt ons inderdaad ook in kleine, mooie en attente dingen tegemoet. Echter, de liefde die het leven blijft inkleuren, dag na dag, is de Liefde die er inderdaad dag na dag is, die er dag na dag blijft, die handen en voeten en ogen en oren krijgt… De liefde die voelbaar en speurbaar wordt voor wie er aandacht voor heeft. In de tafel die gedekt wordt, in de was die gedaan wordt, in de rit die het kind naar de muziekles brengt, in de verse lakens op het bed, in de warme soep die bij thuiskomst te wachten staat, in de juiste woorden op het juiste moment of de gepaste stilte op een ander tijdstip, in het inzicht dat gedeeld wordt… De Liefde die dag na dag groeit, is zij die hoort en ook luistert, kijkt en ook ziet, spreekt en antwoordt en precies daardoor waar, werkelijk en wezenlijk wordt. Dát is de liefde die ‘goddelijk’ wordt: de liefde die God aanwezig stelt en zelfs verwerkelijkt, omdat ze ontstaat in de liefde die God zelf is in het diepst van ons wezen.

Dat is het wat Johannes stellig gelooft. Hij stelt inderdaad letterlijk dat ‘Gods liefde in ons is’. Dat betekent met andere woorden ook dat God er altijd al is, zelfs vóór wij het zelf beseffen. Dat de Liefde er al is, voor wij het ‘weten’. Net zoals God er al is, zo is de Liefde er al, als het ware voorgegeven. Van bij of zelfs van vóór onze geboorte: in groei naar positiviteit, in groei naar leven, in het letterlijk en figuurlijk ontplooien van ons bestaan in het goede, het ware en het schone. We worden er in geboren en we leven er voor. Zij is de dragende grond van ons zijn en tegelijk het wenkende en overstijgende perspectief en doel van ons bestaan: de Liefde.

En ja, onderweg vergeten we haar vaak; dat is helaas waar. Vooral als we teveel met eigenliefde bezig zijn. Maar als we de aandacht opnieuw aanscherpen en ons bewustzijn weer wakker maken, dan weten we opnieuw, met al onze zintuigen en in al de dimensies van ons kennen, dat de Liefde er al is… Heel simpel, omdat God er al is. En nog eenvoudiger: omdat God Liefde is. Is het dan vreemd dat de kleur die aan alles betekenis en diepte verleent, volgens Chagall, de liefde is?

Ik hoop met u, in deze kersttijd en in dat groeiende bewustzijn, elke dag méér en dieper Liefde te worden.

Deze tekst van Bénédicte Lemmelijn verscheen eerder in het tijdschrift Ezra van de Vlaamse Bijbelstiching.
Professor Lemmelijn is professor Oude Testament en vicedecaan Internationalisering aan de faculteit Theologie en Religiewetenschappen van de KU Leuven. 

 

Foto: Kunstwerk Chagall op Flickr