Blog

Hoe relevant is de Reformatie vandaag nog?

“Religieus analfabetisme is een van de grootste ketterijen van onze tijd.”

Kunnen Luther en zijn theologie ook moderne mensen nog iets zeggen? Voor het Vlaams Bijbelgenootschap zette luthers pastor Jo Jan Vandenheede zijn ideeën op een rij. Daarbij baseert hij zich hoofdzakelijk op de vijf sola’s, basisprincipes van de Reformatie.

Sola Scriptura – De Bijbel alleen

Zelfs de meeste atheïsten aanvaarden dat de Bijbel als belangrijk literair werk deel uitmaakt van de wereldliteratuur. Ze aanvaarden alleen niet dat hij belangrijker is dan bijvoorbeeld Shakespeare, Agatha Christie of de heilige boeken van andere religies en levensbeschouwingen.

De ‘Bijbel alleen’ betekende een her-focus en een oprecht verlangen om de Schrift de centrale plaats in de Kerk als normerende norm te geven. Tevens was het Sola Scriptura bedoeld om claims van toenmalige kerkleiders over hun rechten en privileges te weerleggen.

Ook vandaag is de Bijbel nog de belangrijkste buffer die gelovigen beschermt tegen megalomane predikanten die enkel op zelfverrijking uit zijn. Het is belangrijk om de bronnen zelf te raadplegen, ad fontes. Je moet iemand anders niet op zijn of haar woord geloven, lees zelf het boek, bekijk zelf de film, de krant of de verslagen op TV. Fake news en alternatieve feiten zijn een plaag, een virus dat onze huidige berichtgeving en opinies infecteert, en dat bestreden moet worden.

In de Kleine Catechismus uit 1529 onderstreept Luther dat het niet volstaat om niet te doden, te liegen of te stelen. We moeten waarheid spreken, het positieve in mensen zoeken, leven geven, leven bijdragen. Dat is een catechetisch en confessioneel principe. In die strijd is geletterdheid van vitaal belang. Niet alleen geletterdheid in de zin van kunnen lezen en schrijven, maar ook godsdienstige, politieke of culturele geletterdheid. We krijgen steeds meer en sneller informatie voorgeschoteld, maar we worden daar niet altijd wijzer van. Het religieus analfabetisme is een van de grootste ketterijen van onze tijd. Dat veel atheïsten meer over de Bijbel weten dan christenen, stemt tot nadenken. Godsdienstige geletterdheid is onze belangrijkste bondgenoot in de strijd tegen fundamentalisme en het daaruit resulterende terrorisme.

Net als ad fontes roept die andere slogan van de Reformatie, ecclesia reformata semper reformanda, ‘de hervormde kerk moet altijd hervormd worden’, op om niet bij de pakken te blijven zitten, constant te herevalueren en zonodig bij te sturen. We  kunnen ons niet veroorloven zelfgenoegzaam en lui te worden. Zijn we zo arrogant geworden dat we denken dat verbetering niet noodzakelijk is? Onze medemens en onze wereld verdienen beter.

Sola Fide: geloof alleen

Het is quasi onmogelijk om geloof uit te leggen aan iemand die niet gelooft. Maar de betekenis van het oorspronkelijke Griekse pistis, wat vaak met ‘geloof’ wordt vertaald, leunt veel dichter aan bij ‘vertrouwen’. Vertrouwen we anderen nog? De media, de politiek, de Kerk en de kerken? Of biedt de wereld enkel nog plaats voor roekeloosheid, tomeloze ambitie, spreekwoordelijke dolken in de rug, wantrouwen, paranoia en angst? Hoeveel mensen slikken niet dagelijks medicatie tegen paniekaanvallen? De innerlijke onrust dwingt velen tot wanhoopsdaden.

Wanneer we vertrouwen met een gezonde dosis scepsis, is dat dan geen aangenamer, rustiger leven? Twijfel mag, moet kunnen. Vertrouwen en geloof ook. Het evangelie preekt vertrouwen; we moeten niet alles zelf kunnen oplossen of dragen. We mogen loslaten. Dat zeggen de meeste medische professionelen ook.

Sola Gratia – genade alleen

Je kan het heil niet verdienen of kopen. Tonen we dat medeleven, die empathie en compassie aan de anderen om ons heen? Aan de wereld rond ons? In onze ecologie,  economie, conflict- en oorlogssituaties, ons onderwijs en onze relaties? Er zijn zoveel situaties en plaatsen waar we medelevend en vrijgevig kunnen zijn.

Staan we toe dat we worden vergeven; dat we onszelf vergeven? ‘Genade alleen’ gaat over tweede, hernieuwde kansen. Hoewel het vaak niet makkelijk is om die te geven of te ontvangen, blijft dat belangrijk om als persoon te kunnen vooruitgaan en groeien.

Plaatsen we het Sola Gratia-principe in een wijdere context, dan zou dat een oproep kunnen zijn om de typisch menselijke ingesteldheid van quid pro quo, ‘voor wat hoort wat’, te laten varen. Gedaan met omkoopschandalen en corruptie die onze maatschappij verzieken, tot in de Kerk toe. Kunnen we ons een wereld inbeelden waar gaven en geven gratis zijn? Misschien menen we ten onrechte dat gratis waardeloos betekent.

Sola Christus – Christus alleen

De meeste mensen aanvaarden wel dat Jezus van Nazareth een historische figuur was, dat hij werkelijk heeft bestaan, een gruwelijke dood is gestorven, en dat zijn woorden belangrijk genoeg zijn om te onthouden en door te geven. Voor velen was Jezus een revolutionair, de eerste socialist of communist, een traditionele en tegelijkertijd creatieve rabbijn, een belangrijke persoon in een gedeelde wereldgeschiedenis. Maar wat kan deze persoon voor ons vandaag nog betekenen?

Incarnatie is een sleutelwoord. In het christelijke geloof, zoals Luther in Kleine Catechismus van 1529 uitlegt, werd God als mens geboren (tweede deel – Geloof, 2e art.). De Tweede Persoon van de Heilige Drie-eenheid, de Zoon, werd geïncarneerd en leefde, stierf en verrees in deze wereld: Jezus van Nazareth, de Christus-Messias, Gods Gezalfde, volledig mens en volledig God. Zo hebben we meteen ook een samenvatting van de eerste gezamenlijke kerkconcillies:  Nicea-Constantinopel, Efese en Chalcedon.

De Kleine Catechismus begint met de Tien Geboden (eerste deel – Gebod). Dat lijkt op het eerste gezicht tegenstrijdig, want had Luther het niet steeds over de genade? Nu begint hij hier met de Wet. Het eerste gebod behandelt echter de rechtmatige plaats die God als God inneemt. Het betekent dat mensen als mensen een rechtmatige plaats innemen. Dat het juist en wonderbaar is mens te zijn, en dat alle mensen het basisrecht hebben om hun eigen plaats in het grotere geheel in te nemen en hun leven ten volle te leven.

Alle mensen zijn het waard om gered en geholpen te worden, om onderwijs en huisvesting te genieten, om voldoende voedsel te hebben, om niet te worden uitgebuit, mishandeld, als vanzelfsprekend te worden genomen of genegeerd. De incarnatie bevestigt dat het leven in al haar materie belangrijk is; lichaam en geest horen samen. Ook het hier en nu is belangrijk. De incarnatie onderstreept het belang van een holistische aanpak, en dit in alles wat de mens onderneemt.

Dat idee loopt parallel met Luthers theologia crucis v. theologia gloriae, ‘de theologie van het kruis v. de theologie van de glorie’: het kruis staat centraal, het lijden en sterven hoort bij het leven. We moeten geen stappen overslaan en meteen naar het hiernamaals gaan, elke stap moet ten volle beleefd worden. Elk detail van ons leven is belangrijk. Het menselijke leven is soms eng, naar en smerig. Daarmee moeten we leren omgaan.

Het betekent ook dat we geen enkel excuus hebben om niet te handelen. Geen praatjes over de hemel wanneer mensen hier op aarde door de hel gaan, geen schouderklopjes om dan afstand te nemen, geen gezever over ‘Gods wil’ als we het tegendeel doen. Het is zelfs niet nodig met slimme antwoorden te komen, vaak volstaat aanwezig zijn. Het geloof dat God mens werd, benadrukt het belang van mens-zijn, van mensen. We delen allemaal een gezamenlijke incarnatie als mens. Zoals God gestalte kreeg in de persoon van Jezus, zo krijgt de gehele mensheid gestalte in elk van ons.

Vanuit de geloofsbelijdenis volgt dat als Jezus God-mens is, het klinkklare onzin is om onderscheid te maken of mensen te discrimineren. De gelijkheid en gelijkwaardigheid van mensen is een confessioneel gegeven. Net zoals Jezus God-mens is, spreekt de lutherse antropologie over mensen als simul peccator et justus, ‘tegelijk zondaar en heilige’. Dat is een Chalcedonisch principe. Iedereen dus gelijk voor de wet.

Dat is een realistisch en eerlijk mensbeeld, want alle mensen zijn tot grote wandaden in staat en alle mensen zijn tot veel goedheid in staat. Het zegt ook veel over het menselijke potentieel, over hoop, over een ingebakken drang naar vooruitgang.

Sola Deo gloria – aan God alleen de glorie

Waar liggen onze prioriteiten, daar komt het hier op neer. Waar hechten we het meeste belang aan? Steken we onze tijd en energie in ‘valse goden’ zoals hebzucht, afgunst, megalomanie of nationalisme? Houden we vast aan principes die bijdragen aan de maatschappij? Of aanbidden enkel onszelf en onze tomeloze ambitie? Welke meester dienen we?

In het reformatorische verstaan deelt elke gedoopte in het hogepriesterschap van Jezus. Dit heet het priesterschap van alle gedoopten. Allen zijn we geroepen, allen zijn we verantwoordelijk. Een oproep dus tot dienstbaarheid. Want ‘Een christen is een vrij heer over alle dingen en niemands onderdaan. Een christen is een dienstbare knecht van alle dingen en ieders onderdaan’. (Luther, De vrijheid van een christen, 1520).

Er is nog een heleboel dat we uit het schrijven en denken van de Reformatie zouden kunnen distilleren en trachten op onze moderne situatie toe te passen.

Misschien voor een volgende blog…