Blog

Dwars door de duisternis

Tijden van corona hebben een merkwaardig effect op ons blikveld. Ogenschijnlijk wordt de wereld kleiner, want we leven teruggetrokken in onze huizen.

Aan de andere kant wordt ze ook groter, want de virtuele mogelijkheden zijn bijna oneindig. Juist nu loont het eens offline te gaan en te zien hoe het wonder van Pasen zich voltrekt.

Kelly Keasberry

Gisteravond slaagde ik er wonderwel in mijn twee middelste zonen (ik heb er vier) achter hun smartphones vandaan te krijgen. We maakten een wandeling door de avondkilte. In de gracht rond het kasteel van Ekeren klaterde de fontein. Bij het park rond de school viel het de jongens op dat de bomen waren uitgesproten. “Wow, is dit echt onze straat?” vroeg Aaron (14). “Ik kan nog steeds niet geloven dat we hier wonen.”

Verwondering

We passeerden de kerk. De wanden van het gotische gebouw baadden in goud, en de torenspits stak eenzaam de donkere sterrenhemel in. In de straten kon je een speld horen vallen. “Ik dacht echt dat het hier eng, somber en donker zou zijn”, merkte Aaron op. “Maar het centrum ziet er zelfs gezelliger uit dan anders.” Hij telde alle weken dat hij binnen had gezeten. Thimo (15) vroeg zich af of dit wel dezelfde straten waren die hij zo dikwijls had verfoeid om grauwheid en zwerfvuil. Plots realiseerde hij zich dat hij ze had gemist.

Verwondering, dat was het juiste woord. Mijn jongens hadden zich losgerukt uit hun besloten binnenkamers en stapten voor het eerst weer de buitenwereld binnen. Het dorp was niet veranderd; het was hooguit stiller dan vijf weken geleden. Wat wel veranderd was, was hun perspectief. Doordat ze de wereld met een hernieuwde blik bekeken leken de meest vanzelfsprekende dingen nu een wonder.

Diezelfde verwondering trof mij in de lente van 2004. Door een zwangerschapsvergiftiging had ik wekenlang in een stille kamer gelegen, tot ik in de ochtend van 30 april wakker werd en merkte dat ik geen lucht meer kreeg. “Het wordt een dubbeltje op zijn kant”, hoorde ik de gynaecoloog nog tegen mijn man zeggen terwijl ik in allerijl de operatiekamer werd binnengereden. Daarna werd de wereld zwart. Twee weken later duwde een verpleegkundige me de ziekenhuistuin binnen. De wereld bleek tot leven te zijn gekomen. Niet één blaadje aan een boom, maar duizenden. Niet één vogel in de lucht, maar tientallen. Wat een uitzinnig wonder.

Alles is chaos

Er zijn van die momenten dat de wereld en zelfs het leven ons lijken te ontglippen. Ook vandaag geldt dat voor miljoenen mensen, variërend van coronapatiënten tot vereenzaamde ouderen, verarmde families en slachtoffers van familiaal geweld die geen kant op kunnen. De Franse zangeres Mylène Farmer gaf toepasselijk woorden aan die wanhoop. In het lied Desenchantée bezingt ze hoe ze haar wereld tot chaos ziet vervallen. Haar idealen zijn beschadigd, de rede is ingestort, het heilige heeft zijn geloofwaardigheid verloren, de dood is een mysterie. “Je cherche une âme, qui pourra m’aider”, klinkt het wanhopig (“Ik ben op zoek naar een ziel die mij zal kunnen helpen”). Soms tasten we hopeloos alleen rond in het duister.

Opstandingskracht

Wat een contrast met Psalm 111, waarin de psalmist al bij de eerste drie verzen vol lof uitroept:

“Ik wil de Heer loven met heel mijn hart in de grote kring van oprechten. Machtig zijn de werken van de Heer, wie ze liefheeft onderzoekt ze. Zijn daden hebben glans en glorie, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.”

Dat klinkt alsof het leven één groot opstandingsfeest is. Zijn die woorden niet een klein beetje naïef? Het is maar hoe je het bekijkt. Met Pasen gedenken we dat Jezus na een intense ervaring van verlatenheid en duisternis opstond uit de dood. Niet toevallig valt dat feest samen met de elementen van voorchristelijke lentefeesten. Volkeren vierden al eeuwenlang dat de natuur elk jaar opnieuw uit haar schijnbare dood opstaat. Dorre takken maken plaats voor nieuw leven, parken en bossen veranderen in kathedralen boordevol gezang.

Niet alleen de Bijbel, maar de volledige natuur weerspiegelt het wonder van Gods opstandingskracht. Die kracht omvat ook trouw: de zekerheid dat het na een lange winter altijd weer lente zal worden. Dat de rozen op een dag zullen uitbotten, en de vogels naar het noorden zullen terugkeren. Ook in Psalm 111 vinden we die onwrikbare trouw, die blijkt uit al Gods werken. Hoe vaak twijfelen wij kleine mensen niet? Hoe vaak is onze wereld niet begrensd door onze zorgen, waardoor we het bredere perspectief niet meer zien? Hoe vaak denken we niet dat onze situatie blijvend is?

Nieuw begin

Als u op dit moment door het donker gaat, weet dan dat u in goed gezelschap bent. Duisternis omringt de zaden waarin nieuw leven ontkiemt, donker vult ook de cocon waarin de rups zich tot vlinder ontvouwt. Duisternis lag over de oervloed, nog voordat Jahweh in het Bijbelboek Genesis een woeste en ledige wereld tot leven schiep. Donkerte omringde het kruis toen Jezus het uitschreeuwde: “Eli, Eli, laba sabachtani!” (“Mijn God, mijn God, waarom heeft u mij verlaten!”). Zowel Psalm 111 als de lente herinneren ons eraan dat duisternis niet het einde is, soms zelfs een nieuw begin.

Zo zeker het is als dat de winter uitmondt in de lente, zo zeker mogen we weten dat God ons niet verlaat. Dat Hij bij machte is om ook in ons leven iets van Zijn opstandingskracht te tonen. Als een teer bloemetje dat dwars door het asfalt heen zijn kopje opsteekt, zo sterk en onoverwinnelijk is de kracht van het leven. Laat ons daarom samen het glas heffen, en zeggen: “L’chaim!”. Op het leven!

Kelly Keasberry is journalist bij het christelijk weekblad Tertio, getrouwd met Joost en moeder van vier zonen