Blog

Dood, waar is je overwinning?

In onze westerse cultuur hebben we veel moeite met de Dood. We stellen alles in het werk om zowel het verouderingsproces als het doodgaan te vertragen.

Maar de Dood, met hoofdletter, laat zich niet verdringen. Je kunt haar niet overslaan, hoogstens uitstellen. De vraag is dan, hoever ga je met dat uitstel?

Jo Jan Vandenheede

Het christendom heeft de reputatie een godsdienst te zijn waar veel over de Dood wordt gesproken. Dat kan ook niet anders als je hoofdrolspeler na drie dagen in het graf van de doden is opgestaan. Dat wil echter niet zeggen dat je voorgangers en actieve of minder actieve volgelingen de Dood nog (willen) kennen.

Dikke laag stof

De ene denominatie gaat hier beter mee om dan de andere, maar over het algemeen kunnen we stellen dat in veel kerken vandaag een dikke laag stof op de Dood ligt. Je merkt dat soms aan hoe opgelucht mensen zijn – al proberen ze die opluchting vaak, al dan niet halfslachtig te verbergen – wanneer ze horen dat een uitvaart in het crematorium zal plaatsvinden. Velen trachten met een drogreden zelfs een herdenkingsdienst te vermijden, want dan zet je de deur toch weer op en kier en dan zou dat hele nare gedoe opnieuw kunnen binnenglippen. Zo voelt het ook in vele geloofsgemeenschappen: de Dood is een naar gedoe.

Doodstheologie

Gunnen wij in onze kerken opnieuw een plaats aan een goed doordachte, goed uitgewerkte, doodstheologie? Eentje die niet betutteld of agressief te werk gaat? En welke theologiestudent, toekomstige pastor, priester of godsdienstwetenschapper zou zich voor die module willen inschrijven?

Er bestaan kerken en christelijke organisaties die door de Eindtijd en het Laatste Oordeel geobsedeerd zijn. Het is letterlijk hun kerntaak: hun hele godsconstructie, evangelisatietechniek en zakenmodel zijn daarop gericht. Dat wil echter niet zeggen dat zij zich met lijden en sterven bezighouden; vaak is dat een stap die ze bewust of onbewust overslaan. Alleen het hiernamaals en de Wegvoering zijn belangrijk. De hele Wegvoeringsleer is nu juist een intriest voorbeeld van hoe ook christenen de Dood willen overslaan. Maar dat is onmogelijk.

Theologie van het kruis

Hiertegenover ligt het zwaartepunt van Luthers theologie bij zijn theologia crucis, zijn theologie van het kruis. De vreemde, verborgen God is nergens anders te vinden dan aan het kruis. We komen God tegen, daar waar we Hem het minst verwachten, daar waar die ontmoeting schier onmogelijk lijkt. Voor Luther is het heel simpel – en cruciaal – dat de Gekruisigde-Verezene en de Verezene-Gekruisigde niet van elkaar worden losgekoppeld. Geen Goede Vrijdag zonder Pasen, geen Pasen zonder Goede Vrijdag. Die twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik stel voor dat u eens een afbeelding van het altaarstuk door Maarten de Vos (c. 1570) opzoekt: de geboorte, de kruisiging en de opstanding van Christus op drie panelen naast elkaar.

Zo is het ook in het menselijke leven: we kunnen niets menselijks omzeilen, hoezeer we dat ook zouden willen. Dat brengt slechts tijdelijk soelaas. Je kan de menselijke miserie niet negeren om alleen de mooie momenten te vieren, dat is zelfbedrog. Het menselijke leven is soms triest, chaotisch, smerig, ziek of doods. Daar moet elk mens door; het leven betekent elke dag een beetje meer doodgaan, dikwijls ook spiritueel.

Harde aanpak

Wat is de zin en onzin van zo’n directe, ongepolijste en “harde” aanpak? Welke meerwaarde heeft het dat vraagstuk zo te formuleren, en zo de Dood opnieuw in je theologische denkwerk centraal te stellen?

Je mag mensen niets wijsmaken; de Dood is onvermijdelijk. Het kan toch niet zijn dat mensen voor het eerst met dat onderwerp in aanraking komen op de uitvaart van een familielid, oud-collega of buur, enkel en alleen omdat wij het er in de Kerk nooit over willen hebben, vanwege “te pessimistisch”? Jezus is toch verrezen? Jazeker, maar hij heeft wel eerst plusminus 36 uur in een koud, vies graf gelegen. Maarten de Vos zou zeggen: “Ik ken het ene tafereel toch niet zonder het andere schilderen?” Het is schandalig hoe de Kerk haar gelovigen zo totaal onvoorbereid hun eigen levens instuurt. Wat een luie, slordige theologie.

We zouden in onze kerken vooraan boven de altaartafel een kruis én een kruisbeeld naast elkaar moeten ophangen om het visueel heel duidelijk te maken.

Stiff upper lip

Hoe staan wij mensen pastoraal bij wanneer zij om een geliefde rouwen en vragen stellen over pijn en lijden, als wij die zaken niet willen benoemen? Het brengt geen troost mensen pijnloze, propere, hyperoptimistische, commerciële beelden van het hiernamaals voor te spiegelen, enkel omdat onze eigen pastores zich er anders ongemakkelijk bij voelen. Dan doen wij zowel gelovigen als pastores tekort. Hoe staan wij mensen pastoraal bij die zich met het beetje spirituele restenergie dat ze nog kunnen opbrengen, vastklampen aan het geloof van hun kindertijd? Ook dat is menselijk verdriet en trauma.

Een doodstheologie moet eerlijk zijn, oprecht medeleven, volwassen, mensen oprecht geruststellen dat een stiff upper lip nergens voor nodig is, dat ze angstig mogen zijn, boos, gefrustreerd, geërgerd, want de Kerk heeft haar kruis én kruisbeeld en schrikt niet terug voor menselijke miserie.

Dus laat ons niet twijfelen. De verborgen God laat zich vinden en de Gekruisigde-Verezene/Verezene-Gekruisigde gaat met ons mee. Laat ons met volle moed en blijdschap de Dood bij de horens vatten en vol optimisme onze doodstheologie verkondigen.

Jo Jan Vandenheede is luthers predikant en theoloog. Momenteel doctoreert hij over de relatie tussen anglicanen en lutheranen.