Blog

De Christus van de kolenmijnen

Vincent van Gogh (1853-1890) is een van de beroemdste Nederlandse kunstenaars. Velen kennen zijn werk, maar slechts weinigen weten van zijn intense en diepe spirituele beleving, die hem ertoe bracht zich te identificeren met de mijnwerkers.

Eleonora Hof

“De Heer van Gogh heeft zeker blijk gegeven van bewonderenswaardige eigenschappen in zijn zorg voor zieken en gewonden; hij heeft vele malen getuigd van toewijding en zelfverloochening door zijn nachtrust op te offeren voor hen die in nood verkeerden en door zich zelfs te ontdoen van het beste gedeelte van zijn kleren en linnengoed. Als hij daarenboven had beschikt over de gave van het woord (…), zou hij zeker een volmaakt evangelist geweest zijn.”

Met deze woorden ontslaat het evangelisatiecomité Vincent van Gogh in 1879. Van Gogh heeft dan een klein jaar gewerkt als evangelist in de Borinage, het mijndistrict van Bergen.

Solidariteit

In die tijd is het werken in de mijnen zwaar en niet zonder risico. Er is nauwelijks een sociaal vangnet en desastreuze ongelukken zijn geen zeldzaamheid. Van Gogh trekt zich het lot aan van deze mijnwerkers. Zo neemt hij tijdens de winter een mijnwerker in huis die niet kan werken vanwege brandwonden. Hij deelt het weinige eten dat hij heeft. Voor Van Gogh is dat vanzelfsprekend; hij neemt het gebod je naaste lief te hebben als jezelf zeer letterlijk. Hij snapt niet dat anderen zo onverschillig kunnen zijn over het lot van de mijnwerkers. Ook al is hij aangesteld als evangelist, het preken is voor Van Gogh van ondergeschikt belang. Hij is eerder op zoek naar de ware humaniteit, naar echt medeleven, en zoals wij nu zouden zeggen, solidariteit. Hij identificeert zich met de mijnwerkers en hij daalt zelfs met ze af in de mijn. Zo kan hij ervaren wat zij door moeten maken. Door de mijnwerkers wordt hij “de Christus van de kolenmijnen” genoemd.

Christ of the breadlines

Vincent van Gogh is een pionier van een nieuw soort geloofsbeleving die zich pas later in de 20ste eeuw verder zal ontwikkelen. Hij identificeert zich radicaal met mensen die in abjecte armoede leven en ziet Christus daar aanwezig. Dat doet denken aan de latere bevrijdingstheologie of aan black theology. In de jaren 1920 en ’30, tijdens de diepe crisis in de VS, doet Dorothy Day hetzelfde. Ook zij leeft temidden van de verarmde arbeiders en deelt in hun lot. Zij sticht de Catholic Worker-beweging, die ook nog vandaag aanwezig is onder de gemarginaliseerden in de samenleving. Bekend is de gravure “Christ of the breadlines”. We zien daarin een aantal mensen dat staat te wachten in een rij voor de broodbedeling, en in het midden staat Christus Zelf. Deze ontroerende gravure toont dat Christus daadwerkelijk dichtbij gekomen is. Christus is aanwezig bij de armgemaakten en de verschoppelingen van deze wereld, en ook Hij deelt in hun lot van armoede en uitsluiting.

Burgerlijke braafheid

Vincent van Gogh is in zijn werk in de mijnstreek een voorloper die op een volstrekt originele en authentieke manier Christus present wil stellen: met zijn hele leven en met alles wie hij is, wil hij solidair zijn met de mijnwerkers. Maar hij komt al snel in botsing met het evangelisatiecomité, omdat hij zich niet kan conformeren aan de verwachtingen die men van hem heeft. Van Gogh zet zich flink af tegen alle vormen van burgerlijke braafheid: hij kan niets met die vorm van burgermansfatsoen. Nadat hij ontslagen is, richt hij zijn aandacht weer volledig op het schilderen, en schrijft aan zijn broer Theo over zijn beslissing:

“Het verkiezen van de kunst als weg om God te bereiken en voor God te getuigen, bóven de tot dan toe gevolgde weg van het godsdienstig apostolaat.”

Zware last

Deze quote laat zien dat schilderen voor van Gogh toen geen seculiere bezigheid was, van God los. Integendeel, voor van Gogh was schilderen een innerlijke noodzaak en een manier om Gods aanwezigheid in de wereld te laten zien. Dat zien we ook aan de vele schilderijen met Bijbelse of religieuze thema’s. In het schilderij van de Barmhartige Samaritaan (1890), een paar maanden voor zijn dood geschilderd, vervloeit de heldere grens tussen het Bijbelse verhaal en Van Gogh zelf. Vincent wordt zelf de Samaritaan: een dubbelzinnige figuur. Enerzijds is de Samaritaan in de traditie een heilige geworden: iemand die altijd onbaatzuchtig klaar staat voor de ander. Aan de andere kant is de Samaritaan juist ook in de context van de Bijbel de eeuwige buitenstaander, altijd dichtbij maar nooit echt onderdeel van het volk van Israël. Een ambigue positie dus, die Vincent zelf ook karakteriseert. Want op dit schilderij hangt hij niet de held uit. Integendeel, hij gaat bijna zelf onderdoor aan de hulp aan de gewonde man. Hij buigt door, lijkt te wankelen onder zijn zware last. Maar dat belet hem niet om door te zetten, want hij wordt gedreven door de lokroep van de solidariteit. Want in deze solidariteit is ook Christus aanwezig.

Bron:
Anton Wessels, Het evangelie volgens Vincent van Gogh, Ten Have, 2015.

Eleonora is dominee van de Protestantse kerk in Ieper